10 oktober 2012
hisse
Door
hisse

Bezwaar per e-mail is = (geen) een bezwaar!

Hoewel e-mail niet meer valt weg te denken uit ons dagelijks bestaan, moet een bezwaarschrift nog altijd schriftelijk, dat wil zeggen per reguliere post of per fax, worden ingediend, tenzij het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn via de elektronische weg (afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). Is de elektronische weg niet opengesteld en wordt een bezwaarschrift toch per e-mail ingediend, dan kan dit bestraft worden met niet-ontvankelijkheid of buiten behandelingstelling.

Recentelijk heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter een tweetal uitspraken gedaan, die hierin verandering brengen. In deze uitspraken behandelt de Afdeling gevallen waarin bezwaar wordt gemaakt per e-mail, terwijl deze weg niet door het betreffende bestuursorgaan is opengesteld, en komt daarbij tot de conclusie dat deze bezwaren desondanks zijn aan te merken als een bezwaarschrift in de zin van de Awb (ABRS 29 augustus 2012, LJN: BX5972 en ABRS 5 september 2012, BX6475).
De titel bevat dan ook bewust de haakjes: een bezwaarschrift ingediend per e-mail blijkt, onder voorwaarden, niet langer bezwaarlijk.

De overwegingen van de Afdeling zijn als volgt. In de uitspraak van 29 augustus 2012 doet zich de situatie voor dat de elektronische weg niet is opengesteld door het Stadsdeel en het per e-mail ingediende bezwaarschrift om die reden niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Afdeling overweegt echter dat het bezwaarschrift slechts niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden, nadat het bestuursorgaan de indiener op de voet van artikel 6:6, aanhef en onder b, van de Awb een herstelmogelijkheid heeft geboden.

Deze herstelmogelijkheid houdt in dat de indiener de gelegenheid moet krijgen om het bezwaarschrift alsnog schriftelijk in te dienen, binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn. Uit de uitspraak valt af te leiden dat het herstel kan plaatsvinden, nadat de bezwaartermijn is verstreken. Voor de beantwoording van de vraag of het bezwaar tijdig is ingediend, moet het antwoord worden gevonden in de datum van de e-mail.

Ambtenaren die dit lezen en die nu vrezen dat zij zich bij ieder ontvangen mailtje van een burger of bedrijf moeten afvragen of het niet per ongeluk zou moeten worden aangemerkt als een bezwaarschrift, kan ik wellicht geruststellen: de Afdeling stelt wel een aantal eisen aan het e-mailbericht.
In de eerste plaats moet uit de e-mail zijn af te leiden dat bezwaar wordt gemaakt. Daarnaast moet het zijn verzonden naar het officiële e-mailadres van het desbetreffende overheidslichaam of van de ambtelijke dienst die het aangaat, dan wel naar het zakelijke e-mailadres van een ambtenaar, met wie de indiener zodanig contact heeft gehad over de zaak, dat hij ervan mocht uitgaan dat het e-mailbericht met het bezwaar ook naar die ambtenaar mocht worden gestuurd.

Ondanks het feit dat, gezien de hiervoor gestelde voorwaarden, niet ieder per e-mail ingediend bezwaar ook daadwerkelijk moet worden beschouwd als formeel bezwaarschrift, betekent deze uitspraak wel degelijk een verruiming van de mogelijkheden voor het indienen van een ‘elektronisch’ bezwaar. Een ontwikkeling die mijns inziens uitstekend past binnen deze moderne tijd, waarin elektronische en digitale communicatie een belangrijke rol speelt.

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer