25 september 2012
hisse
Door
hisse

De nieuwe zaaksbehandeling bij de bestuursrechter, bent u daar voldoende op voorbereid?

De nieuwe zaaksbehandeling bij de bestuursrechter, bent u daar voldoende op voorbereid?

In 2012 zijn bijna alle bestuursrechters gaan werken volgens het principe van “de nieuwe zaaksbehandeling”.  Dit als antwoord op de kritiek op het bestuursprocesrecht. Het bestuursprocesrecht dat op zijn slechts bekend staat als een langdurige herhaling van de bezwarenprocedure, waarbij de uitkomst van het geschil tot in hoogste instantie vaak een verrassing bijft.  Dit vergt een hele andere aanpak van rechtszaken!De nieuwe werkwijze daar en tegen staat voor maatwerk, procedurele rechtvaardigheid en finale geschilbeslechting.

Een mond vol, wat wordt daarmee bedoeld? Maatwerk staat voor de werkwijze dat in een vroeg stadium een regie-zitting wordt belegd. In deze zitting wordt niet de inhoud van de zaak maar louter de procedure besproken. De  rechter bespreekt met partijen,  wat voor deze zaak de beste behandeling is. Dat kan zijn alsnog doorverwijzen naar mediation, maar dat kan ook zijn dat de rechter een bewijsopdracht geeft, bijvoorbeeld dat er een onafhankelijk deskundigenrapport wordt opgesteld. Deze procedure is enigszins vergelijkbaar met de comparitie in het civiel recht.

Ook geeft de bestuursrechter al in een vroeg stadium aan wat voor hem van belang is in de hem voorgelegde rechtsvraag. Hij voert de bewijsregie en heeft oog voor het “echte conflict” achter het juridische geschil.  Zo wordt de betrokkenheid van partijen verhoogd. Het dictum overvalt partijen niet meer, omdat ze zelf meer invloed hebben op de procedure. Dit wordt bedoeld met procedurele rechtvaardigheid.

Tenslotte finale geschilbeslechting. In het wetsvoorstel nr. 32.450 dat nu voorligt bij de Eerste Kamer is zelfs in een nieuw Awb artikel de opdracht aan de bestuursrechter neergelegd dat hij het aan hem voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief beslecht. Niet vereist is dat slechts nog één beslissing mogelijk is, zoals bijvoorbeeld  “niet -ontvankelijk”, of de ”volgens de wet juiste ontslag datum”. Voorheen was de werkwijze dat de bestuursrechter ervoor waakte om niet op de stoel van het bestuursorgaan te gaan zitten. In de regel vernietigde hij het besluit in zijn geheel en het bestuursorgaan kreeg de opdracht om een nieuw besluit te nemen. Waarmee weer een  nieuwe bestuursrechtprocedure van bezwaar,
beroep, hoger beroep ontstond.

Deze werkwijze wordt met de opdracht tot finale geschilbeslechting verlaten en daar kun je als bestuursorgaan maar beter goed op voorbereid zijn. De bestuursrechter heeft namelijk een heel palet aan varianten, om geheel om gedeeltelijk het besluit gedurende deze procedure te repareren/ Zoals de bestuurlijke lus, het passeren van vormgebreken, het gebrek herstellen op basis van een tussenuitspraak en hij kan op basis van artikel 8:72 vierde lid Awb, zelf in de zaak voorzien. Dat vergt veel meer pro-activiteit van het bestuursorgaan. Gemachtigden moeten voorbereid zijn op de vraag of ze mee gaan in de mogelijkheid om een gebrek aan het besluit te herstellen. Ook moeten ze weten hoeveel tijd en inspanning de herstelmogelijkheid kost. Dat vergt een andere voorbereiding van rechtszaken bij het bestuursorgaan. Men moet niet alleen naar de wet en de jurisprudentie kijken, maar ook met de primaire afdelingen en het bestuur van de organisatie afspreken wat in dit specifieke geval de manoeuvreerruimte is. En dat is geen sinecure!

 

 

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer