16 mei 2012
hisse
Door
hisse

De Omgevingswet, een goede zaak?

De inkt van de Wabo en het Activiteitenbesluit is net opgedroogd of er komt al weer nieuwe wet aan: de Omgevingswet. In maart 2012 is hierover een kabinetsnotitie verschenen. De verwachting is dat een nieuw kabinet de wet in procedure zal brengen. Vijftien bestaande (milieu)wetten worden geïntegreerd, veel AMvB’s en regelingen samengevoegd. Wetgevingstechnisch zeker een huzarenstuk. Maar wordt het er beter van?

Nieuw is bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. De wet schrijft straks voor dat het Rijk en de provincies elk een Omgevingsvisie vaststellen. De gemeenten zijn vrij in de keuze om een eigen visie te ontwikkelen. De visie moet een lange termijn beeld geven van de fysieke leefomgeving en de bestuursorganen stimuleren om daarvoor een integraal beleid te ontwikkelen. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de structuurvisie ruimtelijke ordening, het waterplan, het verkeers- en vervoerplan en onderdelen van de natuurvisie uit de komende Wet natuurbescherming. De invoering van dit plan is een goed plan en zal zeker tot een aanzienlijke reductie van de bestuurslasten leiden. Immers Rijk en provincies kunnen volstaan met één document. Een gemiste kans is het ontbreken van de verplichting voor gemeenten om een Omgevingsvisie op te stellen.

Een bijzondere, nieuwe rechtsfiguur is de omgevingsverordening. Dit wordt een gebiedsdekkende verordening voor de leefomgeving voor gemeenten, waterschappen en provincies. Met name de gemeentelijke omgevingsverordening heeft een behoorlijke impact. De gemeente moet straks in die verordening per locatie, gebied of stadsdeel de verschillende ruimtelijke regels vaststellen. De bestemmingsplannen en de beheersverordeningen komen dus te vervallen. Dit is zeker een ingrijpende verandering. Het is wel vraag of het überhaupt mogelijk is voor een gemiddelde Nederlandse gemeente om voor haar hele grondgebied in één document de ruimtelijke regels te vangen.

Met de nieuwe wet zal de eigen bestuurlijke afwegingsruimte van het bevoegd gezag een duidelijker plaats in het omgevingsrecht krijgen. Daarbij draait het om het beginsel van de “positieve evenredigheid”. Dit biedt de bestuurorganen straks de mogelijkheid in bepaalde situaties te toetsen aan het bredere, maatschappelijk belang in plaats van specifieke toetsingskaders, milieunormen en regels. Dit kan alleen voor die gevallen waarin geen strijd is met Europese regelgeving of vooraf aangewezen nationale normen. Deze generieke afwijkingsmogelijkheid lijkt te voorzien in een behoefte maar vraag wel om een zorgvuldige voorbereiding, onderbouwing en beoordeling in het kader van de concrete besluitvorming.

Alles overziende biedt de Omgevingswet zeker een aantal belangrijke kansen. De vraag kan wel worden gesteld of ambtelijke en bestuurlijk Nederland er nu al klaar voor is, en zit te wachten op de invoering van weer een nieuwe wet.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met W.J. (Willem Jan) Langenbach via w.langenbach@devriesjuristen.nl.

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer