4 juli 2012
hisse
Door
hisse

De Wet Markt en overheid; een einde aan concurrentievervalsing door de overheid

Op 1 juli jl. is de Wet markt en overheid in werking getreden, waarmee de Mededingingswet wordt gewijzigd. Met het voorstel worden gedragsregels ingevoerd, om het optreden van de overheid als marktpartij te reguleren. De overheid is namelijk veelvuldig gaan optreden als leverancier van goederen of diensten die ook door particuliere marktpartijen op een open markt (kunnen) worden geleverd. Denk hierbij aan bepaalde cursussen of personenvervoer. Met de Wet markt en overheid wordt beoogd directe of indirecte concurrentievervalsing door overheden tegen te gaan.

De reikwijdte van de gedragsregels wordt door een aantal factoren bepaald. Ten eerste moet sprake zijn van een overheidsorganisatie. Ten tweede moet het gaan om een economische activiteit. Hieronder wordt verstaan het aanbieden van goederen of diensten aan derden op een bepaalde markt. Ten aanzien van het begrip economische activiteit gelden een aantal uitzonderingen. Dit zijn activiteiten waarmee het publieke belang is gemoeid; activiteiten die onder de Europese regels voor staatssteun vallen; activiteiten in het kader van onderwijs, onderzoek, de publieke omroep en, tot op zekere hoogte, sociale werkplaatsen; en economische activiteiten ten behoeve van andere overheden.

Hieronder worden de twee belangrijkste gedragsregels kort toegelicht.

Integrale kostendoorberekening
De wet schrijft voor dat een overheidsorganisatie minimaal een prijs moet rekenen die de integrale kosten dekt van de economische activiteit die zij in de markt heeft gezet. De wet schrijft echter niet voor hoe de integrale kostprijs bepaald moet worden. Er wordt alleen aangegeven dat het objectief te rechtvaardigen principes moeten zijn en dat deze consequent toegepast moeten worden. Wel wordt in de memorie van toelichting een voorzet gegeven voor de te hanteren principes, namelijk principes omtrent waardebepaling en afschrijving, ex ante of ex post kostenberekening en kostenallocatie. Belangrijk is dat een overheidsorganisatie kan beargumenteren waarom bepaalde principes voor de berekening zijn gehanteerd. De overheidsorganisatie dient voor de kostenberekening een stelsel van baten en lasten toe te passen. Wel wordt aangegeven uit welke componenten het begrip ‘integrale kosten’ bestaat, namelijk operationele kosten, afschrijvings- en onderhoudskosten en vermogenskosten. Dit is overigens geen limitatieve opsomming. Tot slot merk ik hier nog op dat alle relevante kosten aan het goed of de dienst moeten worden toegerekend. Sommige kosten zullen voor 100% procent toerekenbaar zijn terwijl andere kosten slechts voor een deel toerekenbaar zijn. Voorbeeld kan zijn een medewerker met meerdere taken waarbij alleen de personeelskosten die betrekking hebben op de taak betreffende het goed of de dienst waarvan de kostprijs wordt bepaald worden toegerekend. Dit kan dus slechts 20% van de personeelskosten betreffen.
Overigens staat het overheden uiteraard vrij om een hogere prijs in rekening te brengen.

Het bevoordelingsverbod
Dit verbod beoogt te voorkomen dat een overheidsorganisatie een (gerelateerd) bedrijf concurrentievoordelen verschaft voor het verrichten van economische activiteiten. Een overheid mag haar middelen inzetten ten behoeve van haar overheidsbedrijf, mits dit marktconform gebeurt. Er spelen drie elementen een rol bij het bepalen of sprake is van bevoordeling, namelijk of sprake is van een (directe of indirecte) toekenning van staatsmiddelen, of het gaat om een niet-marktconform voordeel en of er selectiviteit in het spel is. Dit zijn dezelfde elementen die een rol spelen bij de bepaling of sprake is van staatssteun. Van belang is hierbij nog op te merken dat het bevoordelingsverbod betrekking heeft op de overheid en het geen verplichting voor het overheidsbedrijf zelf inhoudt ten aanzien van de doorberekening van de integrale kosten aan afnemers.

Uit het bovenstaande blijkt wel dat de gedragsregels enige beleidsruimte aan overheden laten. Decentrale overheden zijn immers autonoom waar het gaat om het inrichten van de boekhouding.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Karen van Zwam via k.van.zwam@devriesjuristen.nl.

RUBRIEK: Nieuws
TREFWOORDEN:

Reageer