4 maart 2011
hisse
Door
hisse

Extra gemeente inkomsten door reclamebelasting? Stop de reclamebelasting?

Onlangs meldde de gratis krant Metro: “MKB is melkkoe ‘reclames’ zat”. Onder het kopje Juridische gevechten staat verder: “Belasting is willekeurig en onredelijk” en “Gemeente misbruikt bevoegdheid”.

Reclame- en precariobelasting
Reclamebelasting is een directe belasting geheven door gemeenten voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Daarnaast bestaat er ook precariobelasting. Daarmee wordt een directe belasting bedoeld ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Niet iedere gemeente heft deze belastingen.

Maar steeds meer gemeenten zetten de mogelijkheid om reclamebelasting te heffen in, als grondslag om de benodigde gelden bij elkaar te krijgen voor het ondernemersfonds van de ondernemersvereniging.

U zult denken, waarom vraagt de ondernemersvereniging niet zelf een hogere bijdrage van hun leden? Nou, dat komt door de zogenaamde “free riders”: ondernemers, die wel profiteren van de activiteiten van de vereniging maar geen lid willen zijn. Door het heffen van een belasting, is er geen sprake van een keuze meer of een individuele ondernemer wil bijdragen aan activiteiten als “versterking van het centrum” maar van een plicht tot betaling van belasting.

Kan dat zomaar? Dat is inderdaad de vraag.

Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet staat het de gemeente vrij om reclameheffing in te voeren en de opbrengst aan te wenden voor een bepaald doel. De heffing mag echter niet leiden tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing die de wetgever niet op het oog kan hebben gehad, dan wel anderszins in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel.

Ook is mogelijk dat de gemeente slechts in een speciaal gebied deze belasting heft en niet in de gehele gemeente, dat is uitgemaakt inzake de heffing van hondenbelasting (LJN AA6253). De Hoge Raad (Belastingkamer) heeft daarin bepaald dat de gemeente voor wat betreft het beperken van de heffing van hondenbelasting tot het gebied binnen de bebouwde kom, een objectieve rechtvaardigheidsgrond heeft, aangezien de overlast beperkende maatregelen en voorzieningen eveneens alleen in de bebouwde kom zijn getroffen.

Maar of deze uitspraak over hondenbelasting ook geldt voor reclamebelasting is nog niet duidelijk, daarvoor moeten we wachten op een uitspraak van de Hoge Raad. Dat moet definitief duidelijk maken of de reclamebelasting in een deel van de gemeente kan worden geheven.

Daarnaast blijft het ook de vraag of gemeenten de samenwerking met de ondernemersverenigingen verder op de juiste wijze vormgeven. De wijze waarop deze belasting geheven en doorgegeven wordt kent namelijk nogal een aantal varianten. Zie: Doetichem (LJN: BN8815, Gerechtshof Arnhem), Hoorn (LJN: BO5030, Rechtbank Alkmaar); Horst aan de Maas (LJN; BO1201, Rechtbank Roermond); Veendam (LJN: BN0048, Rechtbank Groningen).

In het geval van de gemeente Hoorn (uitspraak van 25 november 2010 van de Rechtbank Alkmaar) oordeelde de rechter dat er sprake was van détournement de pouvoir. Opvallend in deze zaak was ondermeer dat de reclamebelasting via een convenant (voor een periode van 12 jaar (!) rechtstreeks ter beschikking werd gesteld van het ondernemersfonds. De gemeente had daarover geen enkele zeggingsschap. Zelfs bij onderbesteding of zelfs wanprestatie, de gemeente had de gemeente het nakijken. Zij was feitelijk slechts het doorgeefluik van de ontvangen reclamebelasting aan de ondernemersfederatie. Daarvoor is deze belasting echter nooit bedoeld.
NB. In andere gemeente zie je vaak de variant dat de reclamebelasting in de vorm van subsidie aan de ondernemersvereniging voor de activiteiten wordt verstrekt, dan heeft de gemeente op basis van de Algemene wet bestuursrecht nog enige zeggenschap over de besteding van de gelden.

In de uitspraak van de Rechtbank Alkmaar wordt onder meer gesteld: ‘De ontvangen belastinggelden worden door het ondernemersfonds mede gebruikt voor de bekostiging van de verbetering van de bereikbaarheid en de infrastructuur van de gebieden waarin de reclamebelasting wordt geheven. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat de reclamebelasting trekken vertoont van een baatbelasting, echter zonder de waarborgen die daarvoor gelden, zoals als een bekostigingsbesluit en een kostennorm. Hierdoor heeft de gemeentelijke wetgever zijn bevoegdheid om reclamebelasting te heffen gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij is gegeven, zodat volgens de rechtbank sprake is van détournement de pouvoir. Tot slot is de rechtbank van mening dat de tariefstelling onevenredig hoog is en dat sprake is van willekeurige en onredelijke belastingheffing.’

Free riders winkelgebied
Een alternatief voor de constructie waarbij reclamebelasting wordt geheven, om deze vervolgens aan de ondernemers te verstrekken, is het onderzoeken of een Bedrijven Investerinsgzone (BI-zone) opgericht kan worden. De Experimentenwet BI-zone geeft de mogelijkheid om tot 1 mei 2011 een BI-zone op te richten. Een BI-zone is een winkel- of industriegebied, waarin ondernemers een vereniging of stichting op kunnen richten om de leefbaarheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit gezamenlijk te kunnen verbeteren. De gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De opbrengst van de belasting wordt als subsidie verstrekt aan de (bij verordening) aangewezen vereniging of stichting. Op de VNG-site staan mooie voorbeelden van dergelijke initiatieven.

Mocht u als gemeente een vraag hebben over uw Verordening reclamebelasting of als bedrijf denken aan het oprichten van een BI-zone, dan kunt u contact opnemen via d.wilbers@devriesjuristen.nl of k.brusse@devriesjuristen.nl.

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer