21 februari 2013
hisse
Door
hisse

Fondsvorming bij Structuurvisies

Financiële realisering Structuurvisies, d.m.v. anterieure overeenkomsten en/of fondsvorming in exploitatieplannen

“Gemeenten stellen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer structuurvisies vast. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de raad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken.”

Dat is artikel 2.1, eerste lid van de Wro.

In deze blog wordt stilgestaan bij de laatste zin.

In de literatuur wordt een enkele keer het standpunt ingenomen dat, indien een gemeente uitvoering wenst te geven aan ontwikkelingen opgenomen in een Structuurschema en het betreffen de zgn. tekortlocaties, dit alleen mogelijk is als de gemeente in het Structuurschema een fonds hiervoor heeft ingesteld.

Ik ben van mening dat de Wro hiertoe niet op deze wijze verplicht.

In artikel 2.1, eerste lid wordt alleen voorgeschreven dat de raad aangeeft hoe het zich voorstelt de in de structuurvisie voorgestane ontwikkelingen te verwezenlijken.

In het Bro en in de twee MR’s zijn geen nadere voorschriften opgenomen ten aanzien van de verwezenlijking van voorgenomen ontwikkelingen als bedoeld in artikel 2.1.1 Wro.

Voor fondsvorming moeten wij naar artikel 6.13 Wro, dat gaat over de inhoud van een exploitatieplan. Een exploitatieplan is verplicht bij een bestemmingsplan indien bij vaststelling van het bestemmingsplan de realisering niet op andere wijze is veilig gesteld.

Van belang is lid 7 van dit artikel:

“Bovenplanse kosten kunnen voor meerdere locaties of gedeeltes daarvan in de exploitatieopzet worden opgenomen in de vorm van een fondsbijdrage, indien er voor deze locaties of gedeeltes daarvan een structuurvisie is vastgesteld welke aanwijzingen geeft over de bestedingen die ten laste van het fonds kunnen komen.”

In de exploitatieopzet kunnen bovenplanse kosten worden opgenomen in de vorm van een fondsbijdrage onder voorwaarde dat die locaties in een structuurvisie zijn vastgesteld en die structuurvisie aanwijzingen geeft over de bestedingen die ten last van het fonds kunnen komen. Deze bepaling kent twee elementen. In de eerste plaats wordt een fondsbijdrage gekoppeld aan een exploitatieopzet en moet uit dien hoofde worden opgenomen in een exploitatieplan. In de tweede plaats moeten voor de locaties waarvoor bovenplanse kosten moeten worden gegenereerd een structuurvisie zijn vastgesteld. Die structuurvisie moet daarbij aanwijzingen bevatten over de bestedingen die ten laste van het fonds kunnen komen.

Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van een voorgenomen ontwikkeling van een gebied. Voor een plan op hoofdlijnen kan geen exploitatieopzet worden opgesteld, omdat die hoofdlijnen eerst concreet moeten worden ingevuld. Vandaar dat een structuurvisie is beperkt tot het geven van aanwijzingen over de bestedingen.

Tenslotte verwijs ik naar artikel 6.24 Wro. Hierin is bepaald dat bij het aangaan van een overeenkomst over grondexploitatie burgemeester en wethouders in de overeenkomst bepalingen kunnen opnemen inzake onder meer financiële bijdragen aan de grondexploitatie alsmede op basis van een vastgestelde structuurvisie, aan ruimtelijke ontwikkelingen.

Mijn conclusie op grond van het bovenstaande is dat de Wro geen directe verplichtingen voorschrijft over welke wijze in het structuurschema moet zijn bepaald hoe de voorgenomen ontwikkelingen moeten worden gerealiseerd.

Ten aanzien van het instellen van een fonds geeft de Wro aan dat bij het realiseren van bovenplanse kosten voor meerdere locaties een fondsbijdrage kan worden geheven. De enige voorwaarde is dat in de structuurvisie aanwijzingen moeten zijn opgenomen voor de besteding daarvan. Het fonds wordt ingesteld in een exploitatieplan.

Bij een goede wetsystematiek  betekent het opnemen van een fonds in een exploitatieplan dat de wetgever andere fondsen ook in de wet moet opnemen, maar niet in een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling.

Deze lijn lijkt te worden bevestigd in de uitspraken van de Raad van State van 19 september 2012 nr. 201110833/1 en van 3 oktober 2012 nr.201112209/1.

Uit deze uitspraken blijkt dat gemeenten ook gebruik maken van anterieure overeenkomsten. Daarbij worden bepaalde ontwikkelingen toegestaan die niet onverenigbaar zijn met de structuurvisie, maar deze ook niet echt ondersteunen, maar daarnaast worden werken opgenomen die moeten worden uitgevoerd en waarbij de tekortlocaties geheel of gedeeltelijk worden gerealiseerd.

Hisse de Vries

 

 

RUBRIEK: Nieuws
TREFWOORDEN:

Reageer