21 september 2011
hisse
Door
hisse

Helikopters moeten landen en opstijgen

Tegenwoordig zie je het regelmatig: helikopters maken rondvluchten bij evenementen en worden veel vaker ingezet voor zakelijke vluchten of bedrijfsuitjes.
Algemeen bekend mag worden verondersteld dat de Rijksluchtvaart Dienst (RLD) waakt over de veiligheid van het Nederlands luchtruim, dus ook over de vliegbewegingen van helikopters en snorvliegtuigjes ed.
Maar wie realiseert zich nu dat sinds een kleine twee jaar gedeputeerde staten ontheffing – de zgn. TUG-ontheffing – moeten verlenen voor de landing- en opstijgplaats? En dat zou op zich nog niet zo onlogisch zijn, maar dat is ook het enige dat gedeputeerde staten hier mogen doen.
De provincies hebben hun nieuwe taak serieus opgevat. Zij hebben met elkaar overleg gepleegd en het beleid tussen de provincies is over het algemeen op elkaar afgestemd.
Maar er is wel veel veranderd.
Hoewel er bedrijven zijn die al 10 jaar en langer vanuit het veiligheidsaspect ontheffing kregen van de RLD voor dezelfde landing- en opstijgplaats, houden de provincies met veel meer aspecten rekening. Zo is het lawaai van een helikopter op die plaats bepalend geworden voor de afstand van bebouwde kernen en ook de verkeersaantrekkende werking wordt meegenomen..
Ook kijken gedeputeerde staten naar de omgeving: in natuurbeschermingsgebieden wordt geen ontheffing verleend en er wordt gekeken naar bedrijfsbelangen en belangen van de omgeving.
Dat klinkt allemaal goed zou je zeggen.
Maar in de praktijk heeft het nogal wat voeten in de aarde.
De bevoegdheid van gedeputeerde staten vloeit voort uit de nieuwe Wet Luchtvaart. En die wet heeft alleen de veiligheid ten grondslag, geen geluid, geen natuur, geen belangen van ondernemers enz. ligt in die wet verankerd. Mogen de provincies daar dan geen rekening mee houden?
Ja, ik denk dat dit wel kan voor zover die onderwerpen in zijn algemeenheid tot hun bevoegdheid behoren. Maar dan moet wel de grondslag van de beleidsregels worden verbreed. Er is ongetwijfeld een provinciale natuurbeschermingsverordening. Ga die tevens van toepassing verklaren op deze beleidsregels dan moet een ontheffing tevens worden getoetst aan de grondslag van die secifieke verordening. Met geluid ligt het iets complexer omdat de Nederlandse geluidwetten hier niet in voorzien, maar de Regeling Industrielawaai kan hierop van toepassing worden verklaard en tot nu toe gaat de Raad van State hierin mee. Dit lijkt dan ook technisch oplosbaar te zijn.
Wat lastiger vind ik dat de provinciale beleidsregels geen overgangsbepaling kennen, terwijl bedrijven al jaren ontheffing kregen van de RLD. Daar kun je toch niet zomaar overheen stappen?
Wat voor mij echter langzamerhand onbegrijpelijk wordt is de spagaat waarin de provincies zijn gemanoeuvreerd. Zij mogen alleen ontheffing verlenen voor de plek waarop wordt geland en wordt opgestegen. Er zijn provincies die stellen dat als er maar 1 grassprietje past tussen een helikopter en de grond, dan is er al geen bevoegdheid meer voor de provincies. Een andere interpretatie van de wet zou kunnen zijn dat zolang een helikopter bezig is om zijn hoogtebaan te bereiken – voor helikopters 150 of 300 meter hoogte – dan is het bezig met opstijgen en omgekeerd met landen. Het meeste verzet tegen die ontheffingen leveren de helikopters tijdens het vliegen op. Dat levert bij groepen en individuen overlast op die tot bezwaren leiden, niet de landingsbaan zelf. En gedeputeerde staten krijgen al die bezwaren over zich heen.
Frustrerend lijkt mij. Zou de wet op dit onderdeel moeten worden aangepast?

RUBRIEK: Bestuursrecht

Reageer