13 februari 2015
hisse
Door
hisse

Kan een veehouderij nog uitbreiden? JA.

De natuur zit de veehouders continu op de hielen. Het lijkt wel of uitbreiding van veehouderijen nagenoeg niet meer mogelijk is nu nagenoeg elke uitbreiding wijziging meebrengt in de ammoniakemissie en daardoor ammoniak gevoelige habitats (kunnen) aantasten.

In de afgelopen jaren heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vele besluiten van diverse provincies vernietigd die een creatieve uitwerking voorstonden om met in acht name van de Natuurbeschermingswet en de Habitatrichtlijn ook uitbreidingen van veehouderijen niet geheel wilden blokkeren.

Op 4 februari 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de restrictieve interpretatie van de wettelijke mogelijkheden.

Ging de discussie en de jurisprudentie in de afgelopen jaren met name over ammoniakemissie in stallen, de discussie is nu feitelijk uitgebreid tot de gehele bedrijfsvoering, inclusief beweiding en mestuitrijden.

Wat is er aan de hand?

Twee milieuverenigingen hebben de provincie Limburg gevraagd om handhavend op te treden tegen het beweiden van koeien en mestuitrijden onder een Natura 2000-gebied, aangezien voor deze bedrijfsvoering geen vergunning is verleend op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998.

De provincie heeft de handhaving geweigerd en uiteindelijk wordt dit in beroep voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak.

Van een bestaande situatie is volgens appellanten geen sprake nu de veehouderij wil gaan uitbreiden en er meer koeien in de wei gaan lopen.

Onderzoek naar ammoniakemissie in diverse soorten stalsystemen wordt uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Reseach (hierna WUR). Aan de hand van die onderzoeken worden ammoniakemissiefactoren per dier vastgesteld. Die onderzoeken hebben zoals gesteld betrekking op stalsystemen. Daarmee wordt ook rekening gehouden met beweiding en mestuitrijden. Hoe meer beweiding hoe minder mest wordt gevormd in de stal en derhalve wordt uitgereden en hoe minder ammoniakemissie in de stal ontstaat[1].

Van belang is dat ammoniak ontstaat door menging van mest met urine. Dat vindt met name plaats in stallen. Bij beweiding is de ammoniakvorming gering aangezien de koeien buiten lopen en de urine in de bodem infiltreert voordat van menging sprake kan zijn en dus van ammoniakvorming.

Aangezien er minder mest wordt gevormd in de stal hoeft er ook minder mest te worden opgeslagen en wordt er minder mest uitgereden.

Dit blijkt ook uit onderzoeken van de WUR. Tijdens een lezing in 2013 van Gerard Velthof [2] bleek dat de ammoniakemissie door alleen beweiding marginaal – hooguit 1% – van de totale emissie bedraagt.

In de berekening van de ammoniakemissie wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsvoering met beweiding en bedrijfsvoering bij volledige opstallen. Er wordt als het ware een korting toegepast op de ammoniakemissie bij beweiding. Exacte gegevens over ammoniakemissie bij beweiding zijn er (nog) niet. De gevolgen hiervan zijn mede afhankelijk van het aantal dieren en ook van de plaats van beweiding ten opzichte van het ammoniak gevoelige habitat. In de toegepaste ammoniakemissiefactor is dus wel een (standaard) korting toegepast voor beweiding maar in de factor is niet de emissie opgenomen die sec voor beweiding en mestuitrijden geldt.

De Afdeling overweegt dat GS niet hebben onderzocht of het beweiden van koeien en uitrijden van mest in de nabijheid van het Natura 2000-gebied een overtreding van artikel 19d, eerste lid, tot gevolg heeft. GS hebben niet bezien op welke afstand de bij het bedrijf in gebruik zijnde percelen worden gebruikt voor bemesten en beweiden. GS beschikten dan ook niet over informatie over de feitelijke situatie ter plaatse. Gelet hierop hebben GS zich niet op het standpunt kunnen stellen dat de ammoniakuitstoot als gevolg van de activiteiten beweiden en uitrijden van mest geen verslechterend effect kan hebben op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het gebied.

Gelet op de presentatie van Gerard Velthof is er data beschikbaar voor ammoniakemissie ten gevolge van beweiding en mestuitrijden. Ik sluit niet uit dat deze data nog moet worden verfijnd. Er doet zich een vergelijking voor met geur en fijn stof. Die emissie wordt voor de buitenlucht berekend en gemeten per vlak van 1 m². Voor beweiding zou bijvoorbeeld kunnen worden uitgegaan van het aantal koeien per ha gedurende de beweidingsperiode, waarbij rekening wordt gehouden met wisseling van beweidingspercelen. Daarnaast zou een systematiek moeten worden ontwikkeld voor de afstand van beweiding tot het ammoniak gevoelige habitat. Feitelijk is die habitat het “gevoelig object”. Het zou wenselijk zijn als de provincies hierbij gezamenlijk zouden optrekken.

Zelf ben ik voor de tussentijd voorstander voor een praktische oplossing. Die zou kunnen worden gevonden in het toekennen van een voorlopige ammoniakemissie voor het aantal aangevraagde dieren waarbij wordt uitgegaan van volledige opstallen. Dan komt de berekende ammoniak emissie voor de gehele bedrijfsvoering hoger te liggen dan bij beweiding en minder mestuitrijden. Zodra nieuwe onderzochte gegevens bekend zijn, zoals ik hiervoor heb aangegeven, kan de voorlopige ammoniakemissie worden omgezet in definitieve ammoniak emissie die op de juiste bedrijfsvoering betrekking heeft.

[1] Zie Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland van maart 2009

[2] ammoniak uit dierlijke mest en kunstmest in 2010 een presentatie van Gerard Velthof voor VVM in 2013

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer