25 mei 2011
hisse
Door
hisse

Waterspitsmuis

Ergens in Nederland wil de overheid een bochtafsnijding realiseren om een bottleneck uit een doorgaand vaarwater te halen. Er is frequent beroepsvaart en die moet thans veel manoeuvreren, met alle gevaarlijke situaties van dien.

Er vindt veel onderzoek plaats. Tijdens één van deze onderzoeken ziet een ecoloog bij toeval 1 waterspitsmuis zwemmen. Dat was niet verwacht. De omgeving staat bekend als een ongunstige habitat voor de waterspitsmuis. Maar goed, deze is gespot. De waterspitsmuis is opgenomen in bijlage 1 van de Flora- en faunawet. Er moeten dan ook – in dit geval – dwingende redenen van groot openbaar belang zijn om een ontheffing te kunnen verkrijgen. Die dwingende redenen zijn er zeker en de ontheffing wordt aangevraagd en verleend.

Een jaar later wordt er nog een keer onderzoek gedaan naar het voorkomen van de waterspitsmuis. In totaal worden er 100 vallen geplaatst. Het resultaat is dat er geen waterspitsmuis wordt aangetroffen en ook geen andere beschermde diersoorten. Tegen de ontheffing wordt bezwaar aangetekend en De Vries Juristen behartigt de belangen van het bevoegd gezag. De Vries Juristen betoogt dat er geen ontheffing nodig is. Zij baseert zich op een schrijven van de Dienst Regelingen van het toenmalige departement van Landbouw van 26 augustus 2009 dat, indien er voldoende mitigerende maatregelen worden uitgevoerd en de natuurlijke habitat eerder wordt vergroot dan verkleind, er geen strijd is met de Flora- en faunawet, mits die mitigerende maatregelen vooraf worden uitgevoerd. In die situatie moet er wel een ontheffing worden aangevraagd, maar die wordt geweigerd onder goedkeuring van de voorgestane mitigerende maatregelen.
In de ontheffing waren periodes opgenomen, waarbinnen de werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Die periodes komen overeen met de nesttijden van de waterspitsmuis en de winterslaap. In de praktijk zou het erop neerkomen dat de werkzaamheden van de bochtafsnijding jaarlijks slechts in drie opeenvolgende maanden kunnen worden uitgevoerd, gedurende een periode van 5 jaar. Een waterspitsmuis heeft echter geen winterslaap nodig en kan dus ook niet worden verstoord tijdens zijn/haar winterslaap. In bezwaar is dan ook aangevoerd om de winterperiode als beperkende voorwaarde te schrappen. Daarnaast was er door een Vereniging bezwaar aangetekend tegen de ontheffing zelf. Na de hoorzitting hebben wij alle vertrouwen in het besluit op bezwaar, dat door de Dienst Regelingen van het departement ELI binnen 6 weken zal worden genomen.

Stelling
Na een flora- en faunaonderzoek is één waterspitsmuis geconstateerd. Het gevolg hiervan is dat ontheffing moet worden aangevraagd op grond van artikel 11 jo 75, vijfde lid, Flora- en faunawet. Artikel 75 Flora- en faunawet is gericht op de ‘gunstige instandhouding van de populatie’.

Men kan zich afvragen of met de constatering van één waterspitsmuis er sprake is van een populatie. Bij een populatie verwacht men meerdere exemplaren. In casu is er sprake van een habitat waarin de waterspitsmuis niet wordt verwacht. Na een tweede onderzoek, waarbij vallen zijn uitgezet, is de muis niet waargenomen. Hierbij opmerkend dat de waterspitsmuis een lastig dier is om te vangen.

Met de constatering van één exemplaar van een beschermde diersoort in een habitat waar deze diersoort niet wordt verwacht – dit stond niet ter discussie – dan wel niet goed gedijt, is ontheffing op grond van artikel 75, vijfde lid, Flora- en faunawet niet nodig. We spreken immers niet van een populatie. Is hier enige interpretatie mogelijk van de Flora- en faunawet?

Wij zijn nieuwsgierig naar uw mening over bovenstaande stelling.

Voor reacties en/of vragen, kunt u contact opnemen met mevr. mr. Lianne Doornekamp.

RUBRIEK: Bestuursrecht

Reageer