16 januari 2012
hisse
Door
hisse

Wetsvoorstel permanent maken Crisis- en herstelwet: Raad van State tikt regering op de vingers

Op 4 januari jongstleden heeft de Raad van State haar advies gepubliceerd inzake het wetsvoorstel om de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) permanent te maken. De Raad van State benoemt in haar advies een fors aantal kritiekpunten. In het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan het regeerakkoord door de tijdelijke maatregelen uit de Chw, die van toepassing zijn op een limitatief aantal opgesomde projecten, een permanente basis te geven in de reguliere wetgeving en om het toepassingsgebied van deze wet uit te breiden. De Chw is op 31 maart 2010 in werking getreden en is gericht op het versnellen, verbeteren en vereenvoudigen van ruimtelijke projecten. Dit werd nodig geacht om de economische crisis een halt toe te roepen.

In het advies wordt door de Raad van State de vraag gesteld of aanpassing van de Chw wel het juiste instrument is om belemmeringen in de voortgang van ruimtelijke projecten uit de weg te ruimen. Zoals door de Commissie Elverding in 2008 reeds werd gesignaleerd, hebben deze belemmeringen meestal geen processuele of juridische achtergrond, maar houden verband met bestuurlijk en politiek onvermogen. De mogelijkheden om door middel van aanpassing van wetgeving tot verdere vereenvoudiging en versnelling te komen zijn volgens de Raad van State relatief beperkt. 

Daarnaast wijst de Raad op het doel en karakter van de Chw. Het tijdelijke karakter van de Chw bracht met zich mee dat bij de totstandkoming van de Chw vooral de vraag aan de orde is geweest of de wet zou kunnen leiden tot versnelling en vereenvoudiging van grote infrastructuurprojecten en dat minder de nadruk is gelegd op aspecten als de rechtspositie van burgers, de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid. Nu de wijzigingen in dit voorstel een permanent karakter hebben en grotendeels van fundamentele aard zijn, zal aan deze aspecten in de voorbereiding van de wet meer aandacht moeten worden besteed. Niet in de laatste plaats omdat er een tweedeling wordt gecreëerd binnen het bestuurs(proces)recht. De vorm en inhoud van deze tweedeling wordt ook nog eens bij amvb bepaald (het Besluit uitvoering Chw). De Raad overweegt hieromtrent als volgt: “Essentiële voorschriften inzake de toegang tot de rechter en de wijze van behandeling van geschillen door de rechter, worden op deze wijze naar het niveau van een amvb gedelegeerd. Bedoelde voorschriften dienen echter, gelet op het primaat van de wetgever en de scheiding der machten, bij wet in formele zin te worden geregeld.” 

De Raad besteed apart aandacht aan de positie van decentrale overheden, indien zij een geschil met elkaar hebben. In het wetsvoorstel is een bepaling opgenomen die het beroepsrecht van decentrale overheden beperkt, omdat de rechtszaal niet het podium zou moeten zijn voor het oplossen van bestuurlijke verschillen van inzicht. De Raad is van mening dat deze beperking van het beroepsrecht geen recht doet aan de gelijkwaardige positie van overheden in ons staatsbestel. Mocht de regering deze beperking toch willen doorvoeren, dan zal deze keuze goed moeten worden gemotiveerd. 

Met het wetsvoorstel wordt eveneens beoogd om een aantal ‘quick wins’ te maken op het gebied van de omgevings- en natuurwetgeving. De Raad begrijpt niet waarom dat nu via de wijziging van de Chw moet gebeuren, nu ook gewerkt wordt aan een algehele herziening van het omgevingsrecht. De Raad adviseert dan ook om de voorgestelde verbeteringen van het omgevingsrecht uit het wetsvoorstel te lichten en op te nemen in de nieuwe Omgevingswet en de Wet Natuur. Daarbij wordt ook de kanttekening geplaatst of het slim is om de vermoedelijk gelijktijdige inwerkingtreding van de gewijzigde Chw en de Omgevingswet niet te bezwarend is voor burgers, bedrijven en overheden. 

Toch is het advies niet alleen maar negatief. De Raad onderschrijft de doelstelling die aan de wet ten grondslag ligt om de besluitvorming over ruimtelijke projecten te versnellen, verbeteren en vereenvoudigen. Juist daarom wordt in het advies gewezen op mogelijke negatieve effecten van het wetsvoorstel die aan het bereiken van dit doel in de weg kunnen staan, aldus de Raad. De deur is dan ook niet dichtgeslagen voor het permanent maken van de Chw, maar de regering heeft nog een hoop huiswerk te doen.

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:

Reageer